De vier organisaties vervullen ieder vanuit hun eigen maatschappelijke opdracht een belangrijke rol in het vergroten en toegankelijk maken van kennis over het Nederlandse slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. Hun werkterrein en doelgroepen zijn aanvullend op elkaar en versterken elkaar.
Zij treden op als netwerk en daarbinnen initiëren en organiseren zij samen projecten en activiteiten waar dat nodig is en waar het kan. Zij werken samen met één gedeeld doel, namelijk, het vergroten van de kennis over het Nederlandse slavernijverleden en de doorwerking ervan. Zij maken die kennis toegankelijk voor een breed publiek. De organisaties erkennen dat kennis niet alleen in instellingen maar ook in gemeenschappen wordt gedragen, en behandelen die kennis als volwaardig. Overleg en samenwerking met gemeenschappen is nadrukkelijk onderdeel van de kennisontwikkeling en kennisontsluiting.
Zij informeren elkaar, verkennen – waar mogelijk – gezamenlijke onderzoeksactiviteiten, educatie en publieksgerichte activiteiten. Zij stimuleren samenwerking tussen hun netwerken en dragen gezamenlijk bij aan de zichtbaarheid en toegankelijkheid van kennis over het Nederlandse slavernijverleden.
De vier organisaties willen graag stem geven aan het slavernijverleden en aan allen die daarvan de doorwerking ervaren. Door deze samenwerking wordt dit versterkt en kunnen nieuwe initiatieven gerealiseerd worden.
Op de foto (van rechts naar links): John Leerdam (NSM), Bianca Groen Gallant (NiNsee), Paulo Martina (HC) en Simon Jongepier (KCS Zeeland) zetten hun handtekening onder de samenwerkingsverklaring
