In 1684 meerde de Poelwijk af op Sint Eustatius. Volgens de databank van SlaveVoyages was dit het eerste geregistreerde schip onder Nederlandse vlag dat tot slaaf gemaakte Afrikanen vanuit het gebied van het huidige Benin naar het eiland bracht. De reis maakte deel uit van het Nederlandse slavernijhandelsnetwerk van de West-Indische Compagnie (WIC), waaraan ook particuliere handelaren deelnamen, onder wie de Curaçaose koopman Philip Jacob Senior Henriquez.
Meer dan vijfhonderd Afrikanen werden geketend in het ruim van het schip samengebracht. Slechts ongeveer 422 mensen overleefden de overtocht over de Atlantische Oceaan.
De Poelwijk bracht geen vrijheid, maar geweld, ontmenselijking en menselijk leed.
Een schip van de WIC
De Poelwijk was een Nederlands koopvaardijschip uit de achttiende eeuw dat opereerde binnen het netwerk van de West-Indische Compagnie. Het schip maakte deel uit van een periode waarin de Nederlandse slavenhandel sterk groeide. Tussen circa 1719 en 1727 liet de WIC meerdere speciaal ingerichte slavenschepen bouwen voor de trans-Atlantische handel in mensen.
Zoals andere WIC-schepen voer de Poelwijk vanuit Nederlandse havens naar de westkust van Afrika. Daar werden goederen zoals textiel, wapens en handelswaar geruild tegen gevangen genomen Afrikanen. Vervolgens begon de beruchte “Middle Passage”: de gedwongen overtocht naar Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.
De naam Poelwijk was bovendien verbonden aan plantages in Suriname en Essequibo (het huidige Guyana). Mensen die de reis overleefden, werden verkocht om onder zware en vaak dodelijke omstandigheden te werken op suiker-, koffie- en tabaksplantages.
Twee schepen, twee werkelijkheden
Bijna honderd jaar na de komst van de Poelwijk liep opnieuw een schip de haven van Statia binnen: de Andrew Doria. Dat schip kwam om munitie en steun vragen voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. De beroemde First Salutegroeide later uit tot een internationaal symbool van vrijheid en zelfbeschikking.
De geschiedenis van Sint Eustatius laat daarmee een pijnlijke tegenstelling zien.
Twee schepen.
Twee werkelijkheden.
Het ene schip vervoerde mensen in ketenen.
Het andere bracht de hoop op vrijheid.
Toch waren beide verbonden met dezelfde handelsroutes en dezelfde Atlantische economie die Sint Eustatius — de “Golden Rock” — grote rijkdom bracht. De welvaart van het eiland was nauw verweven met internationale handel, oorlogseconomie én slavernij.
Dat is de paradox van de geschiedenis.
De rijkdom die revolutionaire bewegingen, handel en vrijheid mogelijk maakte, was tegelijkertijd gebouwd op de uitbuiting van tot slaaf gemaakte mensen.
Meer dan slachtoffers
Het verhaal van de Poelwijk gaat daarom niet alleen over onderdrukking en geweld. Het gaat ook over de mensen die deze verschrikkelijke omstandigheden overleefden.
Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen brachten cultuur, talen, ritmes, religies, kennis en tradities mee over de Atlantische Oceaan. Ondanks een systeem dat erop gericht was hen hun menselijkheid af te nemen, wisten zij gemeenschappen op te bouwen en een blijvende invloed uit te oefenen op de cultuur en identiteit van het Caribisch gebied en de Amerika’s.
Hun geschiedenis vormt een onmisbaar onderdeel van het verhaal van Sint Eustatius — en van het Nederlandse slavernijverleden.
Door zowel de First Salute als de geschiedenis van de Poelwijk te herinneren, ontstaat een vollediger beeld van het verleden. Niet om te verdelen, maar omdat een eerlijke en volledige geschiedschrijving ertoe doet.
